De winter van 1947 was koud, heel koud. Hij zou de boeken ingaan als de op één na koudste winter van de 20e eeuw. Daarna werd het eigenlijk alleen maar warmer en of er een verband is weten we niet maar net in die winter werd een mensje geboren die met haar warmte en liefde een onuitwisbaar stempel heeft gedrukt op haar familie, vrienden en misschien wel heel Oudega.
Vandaag hebben wij helaas afscheid moeten nemen van Sip in een overvolle kerk in Oudega op een manier waar Hans, de kinderen en kleinkinderen met veel trots op terug kunnen kijken. Er was ontroering, emotie natuurlijk maar ook die onvermijdelijke glimlach als anekdotes worden verteld over het leven van Hans en Sip. Over hoe Hans indruk probeerde te maken op Sip op de lokale ijsbaan: Sip, gracieus op de schaats en Hans, iets minder gracieus maar hij kon ‘pootje over als de beste’ en laat Sip nou dát nou nèt gezien hebben. Van het schaatsen naar samen een warme kop chocolademelk was een kleine stapje en niet veel later was de verkering “aan” om nooit meer uit te doven.
Sip was alles wat Hans nodig had, ging mee op de brommer, ze vlogen samen uit de bocht toen Hans haar aanspoorde om ‘noch hurder’ te gaan, bracht de door Hans gevangen paling naar de klanten en later gingen ze samen zeilen in hun gele Diaz. Hans aan het roer en Sip in de trapeze. Soms moest Sip het bekopen met een nat pak en het zal ook wel eens geknetterd hebben aan boord. Maar ze lieten elkaar niet los, nooit.
Maar bovenal was Sip een moeder voor hun kinderen zoals alleen Sip een moeder kon zijn. Bram bracht dat vandaag nog even mooi onder woorden. “Ik kon met mem praten zonder iets te zeggen” Dat was Sip, niet altijd op de voorgrond maar telkens weer die warme belangstelling hoe het met je ging, of met de kinderen of kleinkinderen.
Als Ojolzeilers hebben wij vele jaren Sip mogen ontmoeten op de vele evenementen die onze klasse rijk is. Van de Euro’s in Italië, Oostenrijk en Duitsland maar ook bij de Sneekweek in de Kotter was er altijd die warmte en gezelligheid die velen van ons hebben ervaren in haar bijzijn.
Onvergetelijk waren de vele edities van het Palingzeilen; eerst koffie en koeke bij Hans en Sip thuis, dan een potje zeilen en na afloop de door Hans gerookte paling in de tuin van de oude pastorie. Eigenlijk was het zeilen maar een excuus voor een hele gezellige dag én avond waar de dikste paling naar de winnaar ging, en de drank én de verhalen in de loop van de avond steeds sterker werden; dagen waar Hans en Sip het stralende middelpunt waren, om nooit te vergeten.
Hans memoreerde in de kerk dat toen hij twee weken geleden 80 jaar werd Sip voor hem een nieuwe gemeentevlag had gekocht. De oude vlag die altijd wappert aan de mast die in de voortuin van hun huis staat, was, net als Sip tot op de draad versleten. Dat kon zo niet langer vond Sip en regelde een nieuwe.
De nieuwe vlag wappert fier aan de vlaggenmast; een ieder die dat ziet zal even terugdenken aan Sip die daarmee voor altijd in onze harten zal blijven.
Rust zacht lieve Sip. Het was een voorrecht jou gekend te hebben.

